Rasstandaard Wetterhoun

FCI groep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden
Sectie 3: Waterhonden
FCI-nummer 221

ALGEHEEL BEELD
Een eenvoudige hond, van oudsher de hond voor de otter­jacht, die, zonder plomp of log te zijn, fors gebouwd is, totaalbeeld vierkant, een gedrongen hond, wiens huid goed gespannen is en die dan ook noch keelhuid noch hanglippen vertoont.

AARD
Rustige hond met een eigenzinnig karakter, gereserveerd voor vreemden. Ook een ideale erfhond.

HOOFD
Droog. Grootte in verhouding tot het lichaam, fors en krachtig. Schedel en snuit even lang. De schedel licht gewelfd en meer de indruk gevend van breed dan lang te zijn, gaat met een lichte ronding over in de wangen, waarvan de spieren matig ontwikkeld zijn. De overgang van de schedel in de snuit (stop) geleidelijk en slechts in gerin­ge mate aangegeven. De snuit krachtig en slechts weinig smaller wordend naar de neus toe, zonder enige schijn van spitsheid, goed afgeknot. De neusrug recht, dus van opzij gezien noch een bolle, noch een holle lijn tonend. Neusrug breed, de neus goed ontwikkeld met goed geopende neusgaten. De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend.

OREN
Vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd worden gedragen. Oren, waarvan de oorschelp krachtig ontwikkeld is, waardoor de vouw in het oor niet direct bij de inplanting, doch eerst later plaatsvindt, waardoor het oor niet tegen het hoofd wordt gedragen, doch daarvan duidelijk afwijkt, zijn verwerpelijk. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel.
De beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is gekruld, bij de basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste derde deel van het oor met kort haar is bezet.

OGEN
Middelmatig groot, eirond, met goed aangesloten oogleden, zonder het bindvlies te laten zien. Zij liggen iets schuin in het hoofd, waardoor een grimmige uitdrukking ontstaat. Zij zijn noch uitpuilend, noch diepliggend. Kleur: Donker­bruin voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine grondkleur. Roofvogelogen zijn ver­werpelijk.

NEUS
Zwart voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met bruine grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend. Neusspiegel goed ontwikkeld.

HALS
Kort en krachtig, rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals licht gewelfd, geen keelhuid of wammen.

BORST
Van voren gezien breed, meer breedte dan diepte tonend en dientengevolge de voorbenen vrij ver van elkaar staande, onderborst gerond en niet dieper reikend dan tot de ellebo­gen.

LICHAAM
Zeer krachtig. De ribben goed gerond. Achterribben goed ontwikkeld. De rug recht en kort, het kruis weinig afvallend. Lendenen krachtig. Buik slechts matig opgetrokken.

STAART
Lang en tot een spiraal opgerold, gebogen over of naast het kruis.

VOORHAND
Schouder goed aan het lichaam gesloten. Schouderblad schuin geplaatst en goed gehoekt. Benedenarm krachtig, goed recht, voorvoeten recht, niet doorgezakt, voeten rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen, voetzolen krachtig.

ACHTERHAND
Krachtig, matige hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen niet te lang. Hiel dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achter­voeten rond met goed ontwikkelde voetzolen.

BEHARING
Behalve op het hoofd en benen overal bedekt met dichte krullen. Het zijn vaste, stevige krullen van bundels haar. Enkelvoudige krullen of krullen van te dunne haarbundels geven de hond een wollig aanzien, hetgeen als een grove fout dient te worden aangemerkt. Het haar zelf is vrij grof en voelt vettig aan.

KLEUR
Eenkleurig zwart of bruin, alsmede zwart met witte aftekening en bruin met witte aftekening, waarbij in het wit schimmel en/of spikkels mogen voorkomen.

GROOTTE
De ideale maat voor de reuen is 59 cm, voor de teven is dit 55 cm.

NB. De reuen dienen twee teelballen te bezitten die er normaal uitzien en volledig ingedaald zijn.